APS TherapyTM is een micro electro therapie (MET) die
de lichaamseigen zenuwimpuls, de actiepotentiaal, nabootst. De
actiepotentiaal is een belangrijk signaal in het lichaam en vele
processen in ons lichaam zijn afhankelijk van dit signaal.
Daarnaast door het stimuleren van weefsel met behulp van de APS
prikkel wordt onderandere doorbloeding gestimuleerd.
Daarnaast wordt er in een verhoogde concentratie ATP
vrijgemaakt, nl. 5 tot 8x meer dan normaal. ATP staat voor
Adenosonetrifosfaat. Deze stof, ook wel de levensmolecule
genoemd) zorgt voor het energie transport door het lichaam.
Actiepotentiaal
Een actiepotentiaal is een golf van elektrische ontlading
over het membraan van een neuron. Actiepotentialen vormen een
essentiële eigenschap van menselijk en dierlijk leven, maar
komen ook voor in sommige planten. Ze maken het mogelijk om snel
informatie te verzenden tussen verschillende weefsels. Met name
het zenuwstelsel maakt uitvoerig gebruikt van actiepotentialen,
om informatie tussen zenuwcellen onderling uit te wisselen, maar
ook tussen zenuwcellen en andere delen van het lichaam, zoals
spieren of klieren.
Adenosinetrifosfaat (ATP)
Adenosinetrifosfaat
of ATP is een verbinding die in de celstofwisseling een
sleutelrol vervult als drager van chemische energie. Het bestaat
uit een adenosinemolecuul met het suikermolecuul ribose met 3
fosfaatgroepen. Naast Adenosinetrifosfaat bestaat er ook van de
andere basen zo'n energiedragende variant (CTP, UTP, GTP, TTP)
elke variant speelt in werkelijkheid bij specifieke reacties een
rol. Om in energie te kunnen rekenen spreekt men meestal alleen
over ATP als energiedrager.
Voor de meeste in de cellen spelende processen is energie
nodig. ATP is zo'n energiedrager. De bindingen van de
fosfaatgroepen van het molecuul zijn energierijk. De fosfaten
zijn aan elkaar gebonden met anhydride-bindingen. Bij splitsing
in fosfaat en adenosinedifosfaat (ADP) komt chemische energie
vrij, deze reactie loopt af over het enzym
adenosinedehydrogenase. Bij deze reactie komt 30 kJ/mol energie
vrij. Adenosinedifosfaat kan door nog een fosfaatgroep af te
splitsen verder omgezet worden naar adenosinemonofosfaat (AMP),
waarbij wederom 30 kJ/mol vrijkomt.
De energie wordt bijvoorbeeld gebruikt voor synthese van
organische moleculen of transport van stoffen over het
celmembraan.
AMP en ADP worden geregenereerd om opnieuw te dienen als
energiedrager. Hiertoe worden fosfaatgroepen gebonden aan AMP of
ADP. Dit wordt in de oxidatieve fosforylering gedaan door het
enzym ATP synthase. Daarbij wordt energie gebruikt die is
opgeslagen in de vorm van een protonengradiënt tussen het
dubbele membraan van het mitochondrion. Deze gradiënt is op zijn
beurt afkomstig van NADH en FADH2 uit de glycolyse,
citroenzuurcyclus en beta-oxidatie. Bij dieren en mensen wordt
ATP gemaakt in het mitochondrion, bij planten daarnaast ook in
het chloroplast met behulp van zonne-energie.